Werk - 134

Loo

De intense renovatie van een vrijstaande bungalow tot toekomstgerichte gezinswoning.

Lees meerLees minder

Twee werelden komen er samen, maar door de hoge boomtoppen, groene bermen en aaneengesloten tuinen zou je dat niet vermoeden. De wijk is niet dens, opgebouwd uit vrijstaande woningen. Tussen al die woningen veel groen. Nochtans ligt de wijk in stedelijk gebied, helemaal in het centrum zelf. In de wijk staat een woning, een bungalow. Er staat wel een hellend dak op, maar daar gebeurt niets onder, het maskeert enkel maar dat alles op het gelijkvloers gebeurt. De woning vraagt om een intens renovatieproject. Dit is nodig qua duurzaamheid en techniciteit, qua organisatie en werking, qua materialiteit en beleving, maar ook zeker qua identiteit.

Het project start vanuit een tactische afbraak. Het nutteloos hellend dak gaat eraf en toont de woning zoals ze is: plat, heel plat. Het gebouw wordt verder gestript tot op het skelet en daarmee wordt aan de slag gegaan. De voorste kamers vormen een buffer naar de straat met functies die dit aankunnen: bureau en berging. De achterste zone bevat een geschrankte paternoster van leefruimtes die de tuin en zonlicht opzoeken. Zijdelings, in het midden tussen deze twee zones, zit de pit: een cluster van ontvangstruimte, vestiaire, traphal en gastentoilet. De nachtvertrekken worden als een compact volume op dit plat volume geplaatst.

Het bovenste volume hangt een beetje over het onderste. Zo fluisteren we in aan de bezoeker dat de ingang opzij ligt. Het hellend dak komt deze keer weer terug, maar dan anders. Een plat dak, gekanteld in twee richtingen, laag waar dat nodig is en hoog waar dat nodig is.

Een steen in het bos. Een loo, waar de bomen even wijken. Gevelmetselwerk in warm rood, terracotta, uit de aarde geboren. Onderaan staan ze rechtop om de plint te benadrukken. Die plint loopt zelfs over ramen door, met een onderverdeling in het schrijnwerk en de toepassing van reliƫfglas. De kroon van het gebouw doet hetzelfde: het bindt de ramen aan elkaar en zet de punt achter de zin. Die ramen zitten ook heel diep in het gebouw. Dat toont de massa in zijn leegte. Het beschermt ze ook van felle zon. Tussen het groen ligt een rode kei. Geen kei, maar misschien eerder een oervorm, iets heel oud, stevig en waardig, dat deel geworden is van het bos.

Werk - 134
Metropolis Aula Rood Gelijmd
De bomen wijken en het licht priemt. In de klaarte in het bos ligt een oeroude massa, als uit de grond geboren.